Schouderprothese 

 

1. Het schoudergewricht
Het schoudergewricht bestaat uit een kop en een kom. De halfronde kom bevindt zich in het schouderblad, de bolronde kop zit aan de bovenzijde van de bovenarm. De kop en de kom zijn bedekt met glad en veerkrachtig kraakbeen. De botdelen van het gewricht blijven op hun plaats door een kapsel. Om dit kapsel heen bevinden zich pezen en spieren. De spieren zorgen voor de beweeglijkheid van het gewricht; de benige gedeelten en het kapsel zorgen voor de stevigheid.

Er is sprake van arthrose (= slijtage) als het kraakbeen is aangetast en het bewegen pijn doet. Bij de meeste vormen van slijtage is niet bekend wat precies de oorzaak is. Het komt in ieder geval niet door veel en hard werken. Soms is de oorzaak een reumatische ontsteking van het gewricht.

2. Klachten
Pijn is het belangrijkste signaal dat er iets aan de hand is. U voelt de pijn uit het schoudergewricht rondom het gewricht, maar vaak ook in de bovenarm. De pijn is meestal knagend en neemt toe door te bewegen. Ook ‘s nachts kunt u pijn voelen. Stijfheid merkt u bij het uit bed stappen of als u de schouder gaat bewegen.

3. Polikliniekbezoek Orthopedie  (Deventer Ziekenhuis)
De huisarts heeft u verwezen naar de polikliniek Orthopedie in het ziekenhuis. Daar wordt uw schouder onderzocht en worden röntgenfoto’s gemaakt om de oorzaak van uw klachten te achterhalen. Als het schoudergewricht ernstige arthrose vertoont en u ernstige pijnklachten ervaart, kan de orthopedisch chirurg met u de noodzaak van een schouderprothese bespreken. Zo'n prothese vervangt het versleten gewrichtsoppervlak van de schouder. Als tot de operatie is besloten, vult de polikliniekassistent samen met u de verschillende formulieren in. Ook wordt u onderzocht door een anesthesioloog. Dit heet de ‘’pre-operatieve screening’’.

4. Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie ( narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties, waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

5. Transmuraal Logistiek Bureau (TLB)
Als om medische of sociale redenen ook zorg na de ziekenhuisopname nodig is, zal een medewerker van het TLB dat bij de preoperatie screening voor u regelen. Samen met u inventariseert en bespreekt ze de zorgmogelijkheden. Het TLB zorgt ook voor de indicatiestelling door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en zal de zorginzet voor u regelen.

6. Bezoek fysiotherapie
Vóór de operatie wordt u gezien door de schouder-fysiotherapeut. Hij/zij informeert u over:

  • de operatie

  • de nabehandeling

  • de oefeningen; de fysiotherapeut neemt er enkele met u door.
    Een aantal oefeningen staan verderop.

Verpleegkundig consulent
Ter voorbereiding op de operatie ontvangt u een vragenlijst. Deze kunt u tijdens uw bezoek bij de schouder-fysiotherapeut inleveren. De verpleegkundig consulent belt u ongeveer een week voor de operatie om eventuele vragen door te nemen.

7. Opname
De dag vóór de opname belt de secretaresse van de verpleegafdeling u na 14 uur om door te geven op welke afdeling en hoe laat u wordt verwacht.

8. Voorbereiding thuis

  • Om misselijkheid te voorkomen, moet u op de dag van de operatie nuchter blijven. Dit betekent dat u na 24.00 uur ’s nachts niet meer mag eten, drinken en roken.

  • Op de ochtend van de operatie kunt u zich gewoon douchen. Gebruik geen bodylotion, of iets dergelijks.

  • Gebruikt u make-up en/of nagellak, dan dient u die op de dag vóór de operatie te verwijderen.

  • Laat waardevolle spullen en/of sieraden thuis als u voor opname komt. Probeer uitgerust te zijn als u naar het ziekenhuis gaat.

  • Doe de oefeningen die de fysiotherapeut u heeft voorgedaan, en ook in deze folder staan.

  • Het ziekenhuis heeft een bezoekregeling en verzoekt u, uw bezoekers daarvan op de hoogte te stellen. De bezoekregeling kunt u ook vinden op de voorpagina van www.dz.nl onder het kopje Bezoektijden.

  • Ontdekt u een wondje aan de te opereren schouder of arm, neem dan tijdig contact op met de polikliniek Orthopedie. De arts overlegt dan met u hoe u hier het beste mee om kunt gaan.

 

9. Dag van de operatie
U meldt zich op de afgesproken dag en tijd op de afdeling. Wilt u begeleiding, vraag dan gerust een gastvrouw om met u mee te gaan. De gastvrouwen bevinden zich bij de receptie hoofdingang. Op de afdeling krijgt u een korte rondleiding en worden uw gegevens gecontroleerd. U krijgt vlak voor de operatie een operatiejasje aan. Dit is dan het enige wat u aan mag hebben.

10. De operatie
Een verpleegkundige begeleidt u naar de operatieafdeling. U mag, als u kunt, zelf overschuiven op een operatiebed. Daarna komt de anesthesioloog bij u voor de verdoving. De operatie vindt meestal plaats onder algehele narcose en een regionale verdoving door een prikje in de zijkant van de hals of in de nek. De regionale verdoving verdooft de schouder tijdens de operatie. Na de operatie werkt deze verdoving nog 12 tot 24 uur zodat uw schouder niet pijnlijk zal zijn na de operatie.

De orthopeed zal bij deze operatie het schoudergewricht via de voorkant benaderen. U krijgt daar een litteken van ± 10 cm. Bij vrouwelijke patiënten probeert de chirurg zoveel mogelijk het litteken in het verloop van de bh-bandjes te plaatsen. Aan de voorkant wordt een schouderspier losgemaakt om in het schoudergewricht te kunnen komen. Na het vrijleggen van alle spieren, wordt de schouderkop afgezaagd en vervangen door een nieuwe metalen kop met steel. Zonodig wordt het kommetje in het schouderblad op maat gefreesd en vervangen door een nieuw kommetje van kunststof. De spier aan de voorkant van de schouder wordt teruggehecht en de huid wordt onderhuids dichtgehecht met een hechtdraad die vanzelf oplost.

De operatie zelf duurt ongeveer 1,5 tot 2 uur. Direct na de operatie verblijft u enige tijd in de nabehandelingkamer (uitslaapkamer). Als de controles zoals bloeddruk en hartslag goed zijn, gaat u weer terug naar de afdeling.

11. Schouderprothese
In het Deventer Ziekenhuis worden totale en halve (hemi-) schouderprotheses geplaatst. De totale schouderprothese vervangt de kop en het kommetje van de schouder. Bij de hemi-schouderprothese wordt alleen de kop van de schouder vervangen. Het deel dat de kop vervangt, bestaat uit een metalen steel en kop. Het deel dat het kommetje vervangt, bestaat uit kunststof. Zowel het deel dat de schouderkop, als het deel dat het kommetje vervangt, worden in het bot gefixeerd met botcement.

De orthopedisch chirurg bespreekt met u welke prothese voor u geschikt is. Soms kan het kommetje teveel beschadigd zijn, waardoor het niet mogelijk is om een nieuw kommetje vodoende stevig vast te zetten. U krijgt dan alleen een vervanging van de schouderkop. Is het wél mogelijk een nieuw kommetje te plaatsen, dan krijgt u een totale schouderprothese. Het doel van het plaatsen van zowel de totale schouderprothese als de hemi- schouderprothese is om de pijn te verminderen en hopelijk helemaal te laten verdwijnen. Het duurt zeker 6 tot 12 weken voordat uw schouder minder pijn doet. Verwacht dus niet dat uw schouder direct na operatie pijnvrij is.

Het ontwerp van een schouderprothese is erop gericht de bewegingen van de schouder zo goed mogelijk te herstellen. De uiteindelijke functie van een schouder met een schouderprothese hangt af van de conditie van uw spieren en of u goed hebt geoefend na de operatie. De functie van de schouder na een totale schouderprothese operatie is in het algemeen iets beter dan na een hemi-schouderprothese. De functie van de schouder zal nooit helemaal onbeperkt worden. Er zijn patiënten die dezelfde functie behouden als voor operatie, maar de meeste patiënten zullen hun schouder beter kunnen bewegen dan voorheen. De fysiotherapeut helpt u een zo goed mogelijke functie te bereiken. 

Bron: Deventer Ziekenhuis

Risico's

Complicaties kunnen bij iedere operatie ontstaan.

Er kan een zenuw beschadigd raken tijdens de operatie, dit kan een doof gevoel in een gedeelte van de huid veroorzaken of zelfs uitval van bewegingen van de arm. Dit gebeurt gelukkig heel sporadisch. In enkele gevallen kan een infectie  zelfs leiden tot meerdere vervolg operaties en langdurig gebruik van antibiotica.

Het gebrek aan beweging tijdens en na de operatie kan trombose veroorzaken.

 Het schoudergewricht kan luxeren door het uitvoeren van een verkeerde beweging, dit houdt in dat de kop uit de kom schiet. Daarnaast kan tijdens het inbrengen van de prothese soms blijken dat het bot niet sterk genoeg is en dat er een breuk ontstaat, dit zal dan direct tijdens de operatie worden behandeld. Vaak merkt u hier na de operatie weinig van.

Zeer zelden kan op termijn de prothese loslaten, dit het geval bij alle soorten protheses (dus ook bij knie en heup protheses).

Resultaten

Clinical Trial

2018

xxxx