Het acromio claviculair gewricht, ook het AC gewricht genoemd, is de verbinding tussen sleutelbeen (clavicula) en acromion, deel van schouderblad (scapula). Het is een belangrijk gewricht voor de beweeglijkheid van de arm en schoudergordel. Acromio claviculaire luxatie is een frequente aandoening bij jonge actieve volwassenen. Bij deze aandoening luxeert (uit de kom) het sleutelbeen van de schouderblad. Dit wordt veroorzaakt door een directe val op de schouder of door een directe klap op de schouder zoals bv bij contactsporten. De ernst van deze aandoening is afhankelijk van de uitgebreidheid van de schade aan het gewrichtskapsel tussen schouderblad en sleutelbeen en de verstevigingsbanden (ligamenten).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Symptomen acromio claviculaire luxatie

Graad 1

• lichte pijn met zwelling ter plaatse van het AC gewricht.
• lichte pijn ter hoogte van het AC gewricht bij schouderbewegingen
• geen pijn ter plaaste van de coraco claviculaire ligamenten

Graad 2

• uitgesproken pijn ter plaatse van het AC gewricht
• mogelijks lichte zwelling ter plaaste van het AC gewricht waar de sleutelbeen eindigt
• sleutelbeen kan bewegen bij druk
• pijn ter plaatse van de coraco claviculaire ligamenten

Graad 3

• kenmerkend voor graad 3 is dat de elleboog van de aangedane schouder wordt ondersteund door de andere hand, om een pijnlijke afhangende schouder te voorkomen
• pijn bij iedere schouderbeweging
• duidelijke zwelling ter plaaste van het AC gewricht
• het AC gewricht is instabiel en het einde van de sleutelbeen kan in het gewricht worden gedrukt (pianotoets fenomeen)

 

Hoe wordt de diagnose van een AC luxatie gesteld?

De diagnose van een AC luxatie kan eenvoudig wordt gesteld aan de hand van het lichamelijk onderzoek. Bij een graad 2 en 3 luxatie kan het geluxeerde uiteinde van het sleutelbeen terug op zij oorspronkelijke plaats gedrukt worden in het AC gewricht (pianotoetsfenomeen). Rontgenonderzoek is noodzakelijk om de diagnose te bevestigen en om breuken uit te sluiten.

Hoe wordt een AC luxatie behandeld?

De behandeling van een AC luxatie is afhankelijk van de ernst van de luxatie (graad 1-3) Graad 1 en 2 worden in principe niet operatief behandeld. Met behulp van een draagdoek dient de schouder ongeveer 2 weken te rusten, waarop vervolgens gestart kan worden met fysiotherapie. De meeste patiënten zullen nog een tijdlang pijnklachten behouden. Eens dit verdwijnt is de schouder in de meeste gevallen weer normaal, alhoewel lichte pijn nog voor een langere tijd kan bestaan. Patiënten met een graad 3 komen soms in aanmerking voor een vroege operatieve behandeling. Dit is ook afhankelijk van de leeftijd en verwachtingen van de patiënt. De meeste chirurgen verkiezen vaak een niet operatieve behandeling en indien onvoldoende genezing, zal een operatieve behandeling worden overwogen.

De operatieve behandeling van graad 3 letsels zal worden overwogen bij sportieve actieve personen of personen die zware arbeid moeten verrichten met de schouder. Hierbij wordt het gewricht hersteld en wordt het sleutelbeen weer op zijn normale positie ten opzichte van het schouderblad (acromion) geplaatst. De meest gebruikte technieken maken gebruik van het herstel van de coraco claviculaire ligamenten met synthetische hechtmateriaal of het gebruik van plaat en schroeven.

 

Operatie AC luxatie

Er zijn gevallen waarin een operatie duidelijk waarde heeft. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het AC gewricht pijn blijft geven bij heffen of bij pijn door voor-achterwaartse instabiliteit van het uiteinde van het sleutelbeen.
De operatie bestaat dan uit een distale clavicularesectie met fixatie van het sleutelbeen door middel van een hechting, een ligament of een pees tussen het sleutelbeen en het coracoid. Hiermee wordt de functie van de stabiliserende ligamentjes hersteld / nagebootst.

Er zijn veel technieken beschreven voor deze operatie. De techniek die in het Alrijne wordt gebruikt is fixatie met het Lockdown implantaat. Dit is een zeer stevig kunstligament waarmee de stabiliteit wordt hersteld en waarin ingroei van bindweefsel (voor de lange termijnfixatie) mogelijk is.

 

 

 

 

                                                                        Modified Weaver-Dunn procedure

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De nabehandeling bestaat uit 6 tot 12  weken sling en fysiotherapie. Het totale herstel beslaat ongeveer een half jaar. De schouder zal gedurende meerdere maanden stijver zijn.

 

 

 

 

De risico’s bij een distale clavicularesectie zijn zeer klein en bestaan met name uit de algemene operatierisico’s.
Ook bij operatieve fixatie van het sleutelbeen zijn de risico’s klein. Hierbij valt te denken aan het van het falen van het (kunststof) bandje, bloeduitstorting, tijdelijke stijfheid van de schouder en de algemene operatierisico’s.

Graad 1

Gedeeltelijke beschadiging van het kapsel zonder verplaatsing van het AC gewricht. De coraco claviculaire ligamenten zijn intact. Dit is de meest frequente vorm van AC luxatie

Graad 4

Clavicula naar achteren gedisloceerd

Graad 2

Complete scheur van het kapsel met lichte verplaatsing van het AC gewricht. De coraco claviculaire ligamenten zijn

intact

Graad 5

Clavicula geheel gedisloceerd

Graad 3

Complete scheur van het kapsel en coraco claviculaire ligamenten, waardoor duidelijke luxatie van het AC gewricht en zwelling op de schoudertop bij lichamelijk onderzoek.

Graad 6

Clavicula onder het coracoid

1

A Longitudinal incision (strap) is made over the AC joint extending down over the coracoid. The lateral end of clavicle will be found to have ruptured the delto-trapezial fascia and possibly button-holed through trapezius

4

Drill holes are made in the clavicle.

7

The PDS cord is tied, whilst the clavicle is held down and the scapula pushed up - reducing the dislocation. The CAL is then transferred to the lateral end of clavicle with two interposing sutures.

2

The lateral end of clavicle is excised, obliquely.

5

A thick PDS cord is passed around the coracoid using a rotator cuff passer 

8

When reducing the joint it is essential to ensure translation is anterior, as well as inferior.

3

The CAL is mobilised with a small amount of bone from the acromion.

6

The cord can be passed through a drill hole in the clavicle, to avoid excessive anterior translation of the clavicle

LARS Ligament AC

Review

2018

New insights in the treatment of acromioclavicular separation

Christiaan J A van BergenAnnelies F van BemmelTjarco D W Alta, and  Arthur van Noort

World J Orthop. 2017 Dec 18; 8(12): 861–873.

Review Article

2017

The surgical treatment of acromioclavicular joint injuries

Michele BoffanoStefano MorteraHazem WafaRaimondo Piana

Sports & Arthroscopy, 19 Oct 2017https://doi.org/10.1302/2058-5241.2.160085

Review

2010

Surgical versus conservative for treatment for acromioclavicular dislocations of shoulder in adults

Tamaoki MJS, Belloti JC, Lenza M, Matsumoto MH, Gomes dos Santos JB, Faloppa F

Cochrane Library

Resultaten

AC luxatie

Risico’s