Zenuwpijn in bekkenbodem of in de buik

 

Heeft u wisselend heftige pijn in één deel van de buikwand, met één vinger aan te wijzen, verergerend bij inspanning en activiteiten van de buikspieren. Misschien heb je wel last van een inklemmende zenuw ( Abdominale intercostale neuralgie). Lees verder

Heb je pijn in je bekkenbodem als je zit? Wordt de pijn minder als je staat of ligt? Misschien heb je dan wel last van je Pudendus Zenuw.

 

 

 

Zenuwpijn in de bekkenbodem (Pudendus Zenuw)

Dit soort klachten staat medisch bekend als Pudendus Neuralgie, beknelling van de Nervus Pudendus, ook wel Pudendus Entrapment of Neuropathie van de Nervus Pudendus genoemd. Het is een probleem dat niet altijd wordt herkend. Ook is er in de medische wetenschap nog niet heel veel over bekend. Vaak treedt Pudendus Problematiek op als onderdeel van het Chronisch Bekkenpijn Syndroom, ook wel CPPS genoemd. 

De nervus Pudendus (Pudendus zenuw) is een belangrijke zenuw in het bekkengebied. Deze zenuw zorgt er o.a. voor dat we de bekkenbodemspieren kunnen aanspannen zodat we controle hebben over het plassen en ontlasten.

De zenuw zorgt ook voor gevoel in de clitoris, de top van de penis, de schaamlippen, het achterste deel van het scrotum, de anus en endeldarm.

 

 

Welke klachten heb je als je hier mee te maken hebt?
- Pijn met zitten (bij gaan staan of gaan liggen kan de pijn volledig verdwijnen)
- Scherpe schietende of brandende pijn
- De pijn bevindt zich in de geslachtsorganen
- Ontlasten kan de pijn verergeren
- De locatie van de pijn kan veelal goed aangewezen worden
- Je wordt niet wakker van de pijn
- Vrouwen kunnen een drukkend, verzakkend gevoel ervaren in de vagina
- Vaak zit de pijn aan een kant, maar het kan ook aan beide zijden voorkomen
- Verminderde gevoeligheid op aanraking van de huid of juist toegenomen gevoeligheid. 

  
Oorzaken van Pudendus Pijn
-Een bevalling
-Operatie in het gebied waar de zenuw loopt
-Langdurig fietsen
-Lagerug en of bekkenklachten
-Een ongeluk 
-Te gespannen buik, bekken en of bekkenbodemspieren
-Chronische verstopping

 

 Wat kunnen we doen om uw klacht te verminderen?
-Goed luisteren naar uw verhaal
-Onderzoeken van structuren die de klachten kunnen veroorzaken of in stand kunnen houden
-Behandelen van eventuele rug of bekkenklachten
-Normaliseren van de spierspanning rond het bekken
-Pijndempen met stroom (tens)
-Doorverwijzen naar andere deskundigen binnen ons netwerk

Abdominale intercostale neuralgie: een vergeten oorzaak van buikpijn

 

Buikpijn kan vele oorzaken hebben, maar wordt meestal toegeschreven aan disfunctionerende organen (‘viscerale pijn’). Zie ook buikpijn

Echter, terugkerende buikklachten kunnen ook door afwijkingen in de buikwand zelf worden veroorzaakt (‘pariëtale pijn’), bijvoorbeeld als gevolg van een buikwandbreuk, zoals een navelbreuk. Deze afwijkingen kunnen bij lichamelijk onderzoek bijna altijd simpel worden vastgesteld. Zelden is er aanvullend beeldvormend onderzoek nodig om tot een sluitende diagnose te komen.

Toch bestaat er een groep patiënten met (recidiverende) buikklachten bij wie men ondanks herhaaldelijk  onderzoek en zelfs ondanks diagnostische ingrepen niet tot een diagnose komt. Een aantal van deze patiënten heeft mogelijk het zogenaamde ‘abdominal cutaneous nerve entrapment syndrome’ (ACNES). 

Door de onbekendheid met deze aandoening ervaren zij een soms jarenlange, frustrerende rondgang door het medische circuit, zonder adequaat geholpen te worden.

Onbekendheid met het verschijnsel ‘“entrapment” van cutane takken van de intercostale zenuw’ als oorzaak van terugkerende buikpijn leidt onvermijdelijk tot een langdurig oponthoud van diagnostiek en behandeling. Uit de beschikbare literatuur blijkt dat de patiëntengroep bij wie dit is vastgesteld veelal een lange, onsuccesvolle rondgang langs talloze artsen, specialisten en paramedici heeft gemaakt. Vaak zijn er diverse niet-invasieve en invasieve onderzoeken verricht, en niet zelden heeft deze frusterende gang van zaken geleid tot het uitvoeren van exploratieve laparotomieën met verwijdering van diverse buikorganen, waaronder de blindedarm, de baarmoeder en de eierstokken. Deze ingrepen hebben vervolgens weinig soelaas geboden, waarna patiënten alleen nog maar met verschillende medicamenteuze regimes zijn ondersteund. Omdat een duidelijke diagnose ontbreekt, worden deze mensen met enige regelmaat geëtiketteerd als psycholabiel.  Vaak ook wordt de verlegenheidsdiagnose ‘functionele buikklachten’ of ‘spastische darm’ gesteld. 

Indien men echter aan de mogelijkheid van ACNES denkt, kan een zorgverlener op basis van een gerichte anamnese en een eenvoudig lichamelijk onderzoek effectief handelen, .

 

Anatomie.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw is het verloop van de anterieure cutane takken van een intercostale zenuw door de M. rectus abdominis gedetailleerd beschreven. 

Het gegeven dat de anterieure zenuwtak een lange route aflegt vanaf de wervelkolom tot aan de voorste buikwand waarbij deze aan het einde een flinke knik moet maken, leidt ertoe dat tractie, bijvoorbeeld door draaiing van de wervelkolom ten opzichte van de rechte buikspier, de zenuw extra onder spanning zet, alsof deze net iets te kort zou zijn. De pijn kan dan ook meer proximaal in het verloop van de zenuw worden waargenomen.  Mogelijk is dit bizarre anatomische verloop mede een verklaring voor het feit dat de patiënt zelf vaak niet weet dat er slechts 1 pijnlijk punt is. Veel patiënten kunnen ook niet pijnloos op hun zij liggen, hetgeen mogelijk eveneens samenhangt met dit lange zenuwverloop vol hindernissen.

 

Oorzaken.

Vaak speelt toch een of ander mechanisme van verhoogde buikdruk een oorzakelijke rol bij het ontstaan van ACNES. Zo meldden enkele vrouwen dat de klachten vlak na een bevalling ontstaan waren; andere meldden dat deze waren ontstaan na een ongewone activiteit of na overbelasting. Ook kan er direct na een mediane laparotomie een acute vorm van beknelling optreden. Vanuit het hierboven beschreven verloop van de zenuw – met een scherpe knik en met verankering aan de rectusschede – valt te begrijpen dat bij het revend sluiten van de rectusfascie, de tractie en het afknikken plots kunnen verergeren.

In 1950 werd door Ten Kate en Groenendijk reeds gewezen op intercostale neuralgie als oorzaak van buikklachten. Zij wezen toentertijd op het belang van statische aandoeningen, zoals scoliose, beenverkortingen en bekkenscheefstand, als oorzaak voor het ontstaan van deze neuralgieën. Ook wij hebben bij enkele patiënten inmiddels de ervaring dat behandeling van rugklachten kan leiden tot het verdwijnen van ACNES-gerelateerde buikpijn.

 

Diagnostiek.

Het zorgvuldig afnemen van de anamnese helpt een behandelaar om tot een juiste diagnose te komen. Een pijnlijke plek in de buikwand die met één vinger kan worden aangewezen, wekt het vermoeden van ACNES. De patiënt is zich van dit fenomeen veelal niet bewust. Het vermoeden dat het om ACNES gaat, wordt versterkt wanneer de buikpijn recidiveert zonder aanwezigheid van objectiveerbare symptomen als koorts en als ontstekingsparameters, bijvoorbeeld leukocytose, een stijging van de serumconcentratie C-reactieve proteïne of urinesedimentsafwijkingen.

Een symptoom dat bij ACNES kan worden opgewekt, is later naar de chirurg Carnett vernoemd.W anneer een liggende patiënt het hoofd buigt of de gestrekte benen heft, leiden deze bewegingen in geval van pariëtale pijn (‘pijn in de buikwand’) tot een toename of tot het gelijk blijven van de pijn onder de palperende onderzoeksvinger (Carnett+). Indien de pijn bij deze test vermindert, pleit dit voor pijn van viscerale oorsprong (Carnett–); het actief en willekeurig aanspannen van de buikwandmusculatuur beschermt dan relatief tegen de drukpijn van de onderzoekende vinger.

 Als men ACNES vermoedt, is aanvullende diagnostiek simpel. Injectie van 5 ml lidocaïne 1 ter plaatse van de pijn, net onder de rectusfascie, geeft direct verlichting.

 

Behandeling.

Uit de bestaande literatuur en uit onze eigen ervaringen  blijkt dat 1 injectie met lidocaïne 1 afdoende kan zijn. Mogelijk speelt het doorbréken van een vicieuze cirkel hierbij een rol. Door het onderdrukken van de pijnprikkel wordt de hypertonie van de fascie en die van de onderliggende spier opgeheven, hetgeen de beklemde zenuw kan doen ontzwellen, waardoor er meer ruimte voor zenuwuittreding kan ontstaan. 

Iedere beklemde zenuw kan ook chirurgisch benaderd worden.  ACNES-patiënten dienen pas dan chirurgisch behandeld te worden wanneer zij onvoldoende op andere vormen van conservatieve (injectie-)behandeling reageren. 

Na een chirurgische neurectomie kan overigens een zeer hinderlijke ‘deafferentiatiepijn’ of ‘postdissectiepijn’ optreden. Dergelijke neuropathische pijnsyndromen zijn uitermate hardnekkig en veelal moeilijk behandelbaar. Geneesmiddelen die inwerken op deze neuromediatoren (serotonine, gamma-aminoboterzuur(GABA)-receptoren), kunnen dan wellicht effectief zijn